Uit een onbezorgd kinderleven (3)

Uit een onbezorgd kinderleven (3)

Het voorjaar kwam en het werd zomer. Was het een jaar later of waren het er toch twee? Onverwacht, volkomen onverwacht, veranderde de sfeer in huis. Tante Neelke werd levendiger, ze was opgewekter als we door het dorp liepen, op weg naar de een of de ander. “Volgende week, over een paar dagen, morgen al”. Ze was daar heel pertinent in en inderdaad, deze keer had ze gelijk. Komt er aan al die moederloze dagen een eind? Komt moeder Paula eindelijk weer naar huis, naar haar kinderen? Het laatste deel van Uit een onbezorgd kinderleven.

Homo no problemo

Homo no problemo

Mijn ouders zijn niet uit elkaar, maar toch ook weer wel. Ik vergelijk het voor mezelf vaak met een pleister: die kun je er óf meteen aftrekken, of stukje bij beetje. In de meeste gevallen is er bij een scheiding sprake van het eerste, ook wanneer één van de ouders uit de kast komt. Hedwig over hoe het is om een homo-ouder te hebben.

Uit een onbezorgd kinderleven (2)

Uit een onbezorgd kinderleven (2)

‘Rens besefte het minder, ik miste mijn moeder en begreep niet waarom ze niet thuis kwam. Dat ene jaar, het duurde eindeloos. Tante Lena was dood, moeder en zusje van de ene op de andere dag verdwenen.’ Een verhaal in drie delen dat je meevoert naar een onbezorgde jeugd die plotseling wordt verstoord. Vandaag deel 2.

Uit een onbezorgd kinderleven (1)

Uit een onbezorgd kinderleven (1)

‘Midden in de nacht zat ik met mijn kleine broertje Rens op de grote bank aan tafel bij de buren, bij tante Bil, kort voor Sybilla. We waren even tevoren uit bed geplukt, terwijl in huis iedereen door elkaar rende en opgewonden riep. In die chaos kwam de nuchtere constatering: “Eerst ‘s die twee kleintjes de deur uit!” En weg waren we, Rens en ik. Nog half slapend werden we bij onze buren gebracht.’ Hoe een onbezorgd kinderleven van de ene op de andere dag nooit meer hetzelfde zal zijn. Een verhaal in drie delen dat je meevoert naar een naoorlogse jeugd.

Versnelling

Versnelling

De bloemen aan de rand van het veld zijn niet langer bloemen maar kleurvlekjes, of beter gezegd rode en witte strepen.* Niet de woorden van een formule 1-coureur, maar geschreven door Victor Hugo in 1837. Dit terwijl een trein toen niet veel harder reed dan 50 kilometer per uur. Veel te snel, vond men. ‘Te voet kon men toch veel meer genieten van de reis?’ Sindsdien zijn we alleen nog sneller gaan leven. Maar tegen welke prijs? En genieten we onderweg eigenlijk nog wel? 

Tags : columns, leven, reizen