Lol

Lol

Mijn oudste dochter is momenteel gek op moppen-boeken. Meestal zijn de moppen in deze boeken niet van dien aard dat je er keihard om moet lachen, maar wel als de mop begint met: “Komt een Belg bij de dokter……” Hun vader is namelijk een Vlaming en het vertrekken van zijn gezicht bij deze openingszin vind ik persoonlijk al heel erg grappig. Trouwens, ik moet in België ook vaak naar domme moppen over ‘Hollanders’ luisteren, dus ik mag er dan ook om lachen.

Projectielkotsen en andere viezigheid

Projectielkotsen en andere viezigheid

Als je kinderen hebt, moet je je soms over wat ‘viezigheid’ heen zetten. Kwijl, snot, poep et cetera. Je krijgt met alles te maken. Om het maar niet te hebben over de gave van een kind om te kunnen ‘projectielkotsen’. Een beetje zoals in die Monty Python scène waarin een man in een restaurant zich volvreet, waarna de ober zegt: ‘After Eight, sir?’ De beste kotsscène aller tijden volgt.

Kindertaal

Kindertaal

‘Zo kwam mijn jongste deze week thuis, mij heel wijs op de hoogte brengend, dat ze wist hoe ‘dat bobbeltje’ bij je keel heet. “Kijk, dat hier zit,” mijn hand op haar keel leggend. “Voel je dat ding als je slikt? Dat is een anus-appel.” Hahaha!!! Maar ik lachte natuurlijk stiekem, want ze denken al snel dat je ze staat uit te lachen, die kleintjes.’ Columniste Femke Terra over kindertaal. 

Oma BE en oma NL

Oma BE en oma NL

Wij hebben thuis een ‘oma BE’ en een ‘oma NL’. Twee totaal verschillende types. De één kan de hele dag onder de tafel met de barbies spelen. Met haar kleinkinderen wel te verstaan. De andere is beter in het ‘serieuzere’ werk, zoals punniken en het maken van kleertjes. De één zegt afrijzer, de ander glijbaan. De één zegt biezebeis, de ander schommel. Mijn kinderen zeggen dus allebei.